KERNDOELEN

Op veel basisscholen wordt gewerkt aan het vormgeven van het onderwijs, bijvoorbeeld door het verbeteren van de samenhang tussen leergebieden. De kerndoelen voor het primair onderwijs zijn daarbij vaak leidraad. Deze kerndoelen geven de wettelijke kaders voor de kern van de onderwijsinhoud. Kerndoelen laten op hoofdlijnen zien wat belangrijk wordt gevonden om kinderen mee te geven in het primair onderwijs. De inhoud is in de kerndoelen niet heel precies omschreven. De wetgever geeft op die manier scholen de mogelijkheid om zelf invulling te geven aan de inhoud van hun onderwijs.

De kerndoelen zijn geordend in zeven domeinen: Nederlands, Engels, Friese taal, Rekenen en wiskunde, Oriëntatie op jezelf en de wereld, Kunstzinnige oriëntatie en Bewegingsonderwijs. In het project Tussendoelen & leerlijnen (TULE) van het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling (SLO) zijn de kerndoelen van alle leergebieden uitgewerkt. Het is een handreiking aan leraren, maar ook aan studenten, leermiddelenontwikkelaars, opleiders en begeleiders, inspecteurs en anderen die bij het basisonderwijs betrokken zijn.

Veel scholen zijn bezig met onderwijsvernieuwingen. Leerkrachten zijn zich er steeds meer van bewust dat kinderen op verschillende manieren leren en zoeken naar manieren om zoveel mogelijk kinderen aan te spreken. Cultuur kan daar een grote rol bij spelen. Cultuur betreft daarom niet enkel het gebied kunstzinnige oriëntatie, maar kan ook taalontwikkeling, ruimtelijk inzicht, natuurkundig inzicht, eigenlijk alle gebieden ondersteunen. Dit wordt heden ten dage nog steeds onderschat.

De kerndoelen zeggen alleen iets over wat bereikt moet zijn aan het einde van groep 8, de weg daar naar toe kan op vele manieren. Een cultuurproject kost tijd, maar kan lesstofvervangend zijn en dient vele doelen. Door een goede culturele activiteit in te passen in het schoolcurriculum wordt lesstof concreet. Kinderen leren veel van en door cultuurprojecten, een extra reden om flexibel met de methode om te gaan en eigen keuzes te maken.

Hieronder volgt een overzicht van de meest voorkomende kerndoelen, die een rol spelen bij veel cultuurprojecten:

Mondeling taalonderwijs

  1. De leerlingen leren informatie te verwerven uit gesproken taal. Ze leren tevens die informatie, mondeling of schriftelijk, gestructureerd weer te geven.
  2. De leerlingen leren zich naar vorm en inhoud uit te drukken bij het geven en vragen van informatie, het uitbrengen van verslag, het geven van uitleg, het instrueren en bij het discussiëren.
  3. De leerlingen leren informatie te beoordelen in discussies en in een gesprek dat informatief of opiniërend van karakter is en leren met argumenten te reageren.

Schriftelijk taalonderwijs

  1. De leerlingen leren informatie te achterhalen in informatieve en instructieve teksten, waaronder schema’s, tabellen en digitale bronnen.
  2. De leerlingen leren naar inhoud en vorm teksten te schrijven met verschillende functies, zoals: informeren, instrueren, overtuigen of plezier verschaffen.
  3. De leerlingen leren informatie en meningen te ordenen bij het lezen van school- en studieteksten en andere instructieve teksten, bij systematisch geordende bronnen, waaronder digitale.
  4. De leerlingen leren informatie en meningen te vergelijken en te beoordelen in verschillende teksten.
  5. De leerlingen leren informatie en meningen te ordenen bij het schrijven van een brief, een verslag, een formulier of een werkstuk. Zij besteden daarbij aandacht aan zinsbouw, correcte spelling, een leesbaar handschrift, bladspiegel, eventueel beeldende elementen en kleur.
  6. De leerlingen krijgen plezier in het lezen en schrijven van voor hen bestemde verhalen, gedichten en informatieve teksten.

Taalbeschouwing, waaronder strategieën

  1. De leerlingen leren bij de doelen onder ‘mondeling taalonderwijs’ en ‘schriftelijk taalonderwijs’ strategieën te herkennen, te verwoorden, te gebruiken en te beoordelen.
  2. De leerlingen leren een aantal taalkundige principes en regels. Zij kunnen in een zin het onderwerp, het werkwoordelijk gezegde en delen van dat gezegde onderscheiden.
De leerlingen kennen
    regels voor het spellen van werkwoorden;
    regels voor het spellen van andere woorden dan werkwoorden;
    regels voor het gebruik van leestekens.
  3. De leerlingen verwerven een adequate woordenschat en strategieën voor het begrijpen van voor hen onbekende woorden. Onder ‘woordenschat’ vallen ook begrippen die het leerlingen mogelijk maken over taal te denken en te spreken.

Mens en samenleving

  1. De leerlingen leren zorg te dragen voor de lichamelijke en psychische gezondheid van henzelf en anderen.
  2. De leerlingen leren zich redzaam te gedragen in sociaal opzicht, als verkeersdeelnemer en als consument.
  3. De leerlingen leren hoofdzaken van de Nederlandse en Europese staatsinrichting en de rol van de burger.
  4. De leerlingen leren zich te gedragen vanuit respect voor algemeen aanvaarde waarden en normen.
  5. De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving
    een belangrijke rol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met verschillen in opvattingen van mensen.
  6. De leerlingen leren met zorg om te gaan met het milieu.

Natuur en techniek

  1. De leerlingen leren onderzoek doen aan materialen en natuurkundige verschijnselen, zoals licht, geluid, electriciteit, kracht, magnetisme en temperatuur.
  2. De leerlingen leren bij producten uit hun eigen omgeving relaties te leggen tussen de werking, de vorm en het materiaalgebruik.
  3. De leerlingen leren oplossingen voor technische problemen te ontwerpen, deze uit te voeren en te evalueren.

Tijd

  1. De leerlingen leren gebruik te maken van eenvoudige historische bronnen, zoals aanwezig in ons cultureel erfgoed, en ze leren aanduidingen van tijd en tijdsindeling te hanteren.
  2. De leerlingen leren over kenmerkende aspecten van de volgende tijdvakken: jagers en boeren; Grieken en Romeinen; monniken en ridders; steden en staten; ontdekkers en hervormers; regenten en vorsten; pruiken en revoluties; burgers en stoommachines; wereldoorlogen en holocaust; televisie en computer.
  3. De leerlingen leren over de belangrijke historische personen en gebeurtenissen uit de Nederlandse geschiedenis en kunnen die voorbeeldmatig verbinden met de wereldgeschiedenis.

Kunstzinnige oriëntatie

  1. De leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren.
  2. De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren.
  3. De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed.

Bewegingsonderwijs

  1. De leerlingen leren op een verantwoorde manier deelnemen aan de omringende bewegingscultuur en leren de hoofdbeginselen van de belangrijkste bewegings- en spelvormen ervaren en uitvoeren.
  2. De leerlingen leren samen met anderen op een respectvolle manier aan bewegingsactiviteiten deelnemen, afspraken maken over het reguleren daarvan, de eigen bewegingsmogelijkheden inschatten en daarmee bij activiteiten rekening houden.
Black background overlay

Je aanmelding is succesvol verstuurd.
Je ontvangt nog een bevestiging per e-mail.